Welkom op Geschiedenisdocent.nl

 

 

De een-na-laatste grote ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden, had veel invloed op het Nederlandse landschap.

Een groot deel van ons land lag verstopt onder tientallen meters ijs. De randen van dat ijs stuwden de grond omhoog. Zo ontstond bijvoorbeeld de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwezoom. Het ijs voerde ook enorme rotsen mee, die bleven liggen toen het ijs gesmolten was en waarvan de hunebedden in Drenthe zijn gemaakt.

Het is voor mensen moeilijk om te overleven tijdens een ijstijd. Tijdens de laatste ijstijd, ongeveer 50.000 tot 15.000 jaar geleden, woonden er zelfs helemaal geen mensen in Nederland. Dat was onmogelijk, want hoewel er nu geen ijs lag, was de grond permanent bevroren.

Ook de zeespiegel lag extreem laag - honderd meter lager dan tegenwoordig - waardoor de Noordzee droog lag. Pas toen de temperatuur licht begon te stijgen, trokken er weer mensen Nederlands gebied binnen. Zij jaagden op de winderige Nederlandse toendra op rendieren en wolharige mammoeten.

Ook het einde van een ijstijd is geen pretje. Toen de temperatuur ongeveer 15.000 jaar geleden begon te stijgen, steeg de zeespiegel extreem snel, gemiddeld zelfs een meter per eeuw. Hele stukken land, ook bewoonde gebieden, werden verzwolgen door de zee. Het westen van Nederland veranderde in een drassig moerasland, te nat en te warm voor rendieren en mammoeten, die naar het noorden trokken

 

 

Internet vaardigheden